
Wet kabelbaaninstallaties
Artikel 22
1
Een aanvraag voor een kabelbaanvergunning wordt gelijktijdig ingediend met de aanvraag voor een bouwvergunning voor de desbetreffende installatie. Onze Minister bevordert een gecoördineerde voorbereiding en inhoudelijke afstemming van beide vergunningen. Burgermeester en wethouders van de betrokken gemeente verlenen de daarvoor benodigde medewerking.
2
Bij de aanvraag voor een kabelbaanvergunning worden overgelegd:
a
de voor de kabelbaaninstallatie opgestelde veiligheidsanalyse bedoeld in artikel 21 en het op basis daarvan opgestelde veiligheidsrapport;
b
de EG-verklaringen van overeenstemming en de EG-keuringscertificaten van alle in de kabelbaaninstallatie toe te passen veiligheidscomponenten en subsystemen;
c
een kopie van de aanvraag voor een bouwvergunning.
3
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag van een kabelbaanvergunning en de daarbij in te dienen gegevens en bescheiden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.